De tijd voordat men ‘ouder’ wordt, biedt veel kansen

 

In de wereld van de koren is de vergrijzing een uitdaging. Hoe gaan we hiermee om? Moeten we verjongen, maar hoe? Een verrassend antwoord vind je misschien wel in de ontdekkingen die onderzoeker Mariëtte van Raalte kortgeleden deed. In 2021 studeerde ze af op een actueel en uitdagend onderwerp: de vergrijzing bij muziekverenigingen. Het onderzoek deed ze binnen haar studie Toegepaste Gerontologie aan Hogeschool Windesheim in Zwolle, samen met KNMO. In haar afstudeeronderzoek ‘Verzilver de Muziekvereniging’ doet ze ook aanbevelingen. Verrassend genoeg liggen veel oplossingen voor vergrijzing in een heel ander moment van het leven.

Er kwam veel reactie op haar onderzoek. Mariëtte: ‘Dat had ik niet zien aankomen. Het zat mensen hoog toen repetities in de coronaperiode stil kwamen te liggen. De impact was en is nog steeds enorm. Ook koren wilden om dezelfde redenen aan het onderzoek meedoen, maar dat paste op dat moment niet. Ik heb later in opdracht van Koornetwerk Nederland ook nog onderzoek gedaan naar waarom koren stopten in en na de coronaperiode.’

In het Herstel- en Toekomstplan voor de koorsector van Koornetwerk Nederland worden seniorenkoren specifiek genoemd als doelgroep die extra aandacht verdient. Veel koren zien, ook door de coronacrisis, veel leden vertrekken en zijn daardoor in zwaar weer gekomen. Verjongen is een uitdaging. En hoe kunnen de koren de ouderen die graag willen blijven zingen, die kans goed bieden?

Twee passies en focus op preventie
De wereld van ouderen en haar liefde voor muziek zijn voor Mariëtte twee grote passies. De liefde voor muziek is er met de paplepel ingegoten. ‘Mijn vader speelde saxofoon bij de plaatselijke fanfare. Dus gingen mijn broertje en ik ook. Dat je hele familie bij de muziekvereniging in jouw dorp of stad is heel normaal. Als tiener rol je daar zo in en dan blijf je vaak jaren.’

Vanuit haar andere grote interesse kijkt ze naar hoe de leefwereld eruitziet als je ouder wordt. Wat is een goed leven als je boven de 70 bent? Waar heb je dan behoefte aan en hoe helpt een verenging daarbij? Kunnen zij een tweede thuis worden? En wat is daarvoor nodig? Mariëtte: ‘In de wereld van de ouderenzorg is er weinig aandacht voor preventie. We zijn vooral veel aan het repareren. Mensen zijn eenzaam, wat gaan we daaraan doen? Waarom ligt de focus niet op het voorkomen van de risico op vereenzaming? Veel ouderen hadden niet gedacht dat ze op hun leeftijd nog zo actief zouden zijn. Ze begonnen ooit en ineens zijn ze 80 en gaan ze nog steeds elke week naar de repetitie. Soms denken mensen dat als ze oud zijn, zingen niet meer kan, maar dat hoeft zeker niet. We kunnen dus helemaal niet zo goed voorspellen hoe het is als we daadwerkelijk ouder zijn.

Die conclusie bracht haar ook op het spoor van een heel andere leeftijdsgroep: die van de mensen tussen de 20 en tot aan de pensioenleeftijd.

De ruimte voor het pensioen
‘Wat mij vooral bezighield was de vergrijzing als ultieme bedreiging en als doemscenario. Mensen vallen weg, ouderen hebben meer vrije tijd en er komen steeds meer ouderen bij. Je ziet dat men vanaf de pensioenleeftijd ineens gaat nadenken over later. Dat gebeurt voor die leeftijd veel minder. Dat je de vergrijzing tegengaat door vooral jongeren te betrekken, vind ik een te zwart-wit gedachte. Natuurlijk leg je aan het begin van het leven wel een fundament voor later, maar er zit nog een hele wereld tussen de periode dat je kind of tiener bent en de periode na je pensioen.

Bij muziekverenigingen zie je vaak dat jongeren stoppen zodra ze gaan studeren en een gezin stichten. Als ze al terugkomen is dat pas als de kinderen wat groter zijn. Vaak grijpt deze groep terug naar vroeger en pakken weer een muziekinstrument op of gaan weer naar een koor, maar dat voor die doelgroep is er helaas nog niet veel aanbod. Voor mensen die dan iets nieuws beginnen, blijkt zingen wel een stuk laagdrempeliger te zijn dan het leren bespelen van een muziekinstrument. In de leeftijdscategorie 50 tot aan het pensioen is ook nog een wereld te winnen. Vaak denkt men dan langzaamaan hoe het leven er later na het pensioen uit moet gaan zien. Deze doelgroep is wat actiever en er komt ook meer aanbod wat hen aanspreekt.

Muziekverenigingen en koren spelen weinig in op de behoeftes en kansen binnen deze doelgroepen. Op dit moment zetten ze vooral in op jeugd om de reputatie van ‘oud en stoffig’ tegen te gaan. In die zin staan koren en muziekverenigingen voor dezelfde uitdagingen, maar er zijn ook wezenlijke verschillen.’

 De wereld van de koren
‘Koren hebben een heel eigen karakter die ze vanaf oprichting willen behouden. Eenmaal begonnen, blijft dat altijd hetzelfde clubje. Koren worden vaak samengesteld op leeftijdsgroep, bij muziekverenigingen zitten vaak alle leeftijden bij elkaar. Ook zijn er soorten koren: kinderkoren, mannenkoren, vrouwenkoren en zingt men het liefst een specifiek genre: pop, klassiek, folk. Ook de stem speelt een rol: deze verandert naarmate je ouder wordt. Deze specifieke eigenschappen van koren, zijn dan ook vatbaarder voor vergrijzing. Er is weinig flexibiliteit om dan in te springen op verandering.’

De kracht van koorzingen
Of je nu jong of oud bent, zingen in een koor kan voelen als een tweede familie. Koren zijn vaak een veilig en sociaal vangnet voor vele mensen. Wie samen zingt, voelt verbinding. Als een koor verloren gaat, verdwijnt er meer.

Mariëtte: ‘Ik denk dat het koren gaat helpen om te kijken of ze hun grenzen kunnen verleggen. Nu is er vaak 1 koor binnen de meeste zangverenigingen actief, maar misschien kunnen dat wel meerdere koren worden. Bijvoorbeeld door een burenkoor te beginnen, of een kinderkoor voor de kleinkinderen van de huidige koorleden. Dan bied je een divers en gevarieerd aanbod van lessen, zoals elke deelnemer bij een sport- of dansschool ook de lessen kan kiezen die het best bij de persoon past.. Je hebt dan wel meer mensen nodig, maar je kunt meer doelgroepen geven waar zij behoefte aan hebben.

Ook moeten we er rekening mee houden dat (potentiële) koorleden zich meer als consument gaan gedragen. Mensen willen graag zingen op een manier die zij leuk vinden en daar ook de mogelijkheden voor krijgen. Ze willen het voor zichzelf doen. Nu zie je nog weleens dat als er te weinig mannenstemmen zijn, een koor niet meer kan functioneren. Of als een koor wordt opgeheven, mensen stoppen met zingen omdat er geen alternatief in de buurt is. Zeker voor de oudere groepen is dat het duwtje om ook niet meer te gaan zingen. Zonde als mensen dat toch nog heel graag hadden gewild.

Zingen is wel echt een teamsport, het doet iets met je. Erbij zijn, erbij horen, mee mogen doen, doet heel veel met mensen en wordt ook steeds belangrijker. Kunst- en cultuurverenigingen zijn veel duurzamer dan sport, je kunt er blijven totdat het echt niet meer gaat. Dat geldt zeker voor een stem. Dat biedt enorme kansen. De interesse van potentiële deelnemers, jong of oud, vraagt om meer maatwerk.

Onderzoeksrapport en alle aanbevelingen
Nog meer aanbevelingen lees je in het onderzoeksrapport ‘Verzilver de Muziekvereniging’, te downloaden via de website van KNMO.