Leidsche Rijnkoor – Sandra Hogenbirk

Het zijn voor koren onzekere tijden door Corona. Bij het Leidsche Rijnkoor slonk het aantal via Zoom repeterende leden naar een schamele 10 tot 12. Na de zomer hoopt het koor weer te beginnen op de gebruikelijke locatie, met een borrel en normaal repeteren. Voorzitter Sandra Hogenbirk verwacht een grote opkomst, of gaat Corona weer roet in het eten gooien?

Corona heeft het Leidsche Rijnkoor gespleten in twee groepen: zij die gewoon door zijn gegaan met zingen en zij die (tijdelijk) afhaakten. “Het is de vraag hoe je die bij repetities weer bij elkaar krijgt, zonder dat het gevoel ontstaat dat een deel moet wachten op de rest”, verzucht voorzitter Sandra Hogenbirk. Ze vreest dat er van thuis instuderen weinig is gekomen. En de stem van veel leden die sinds lang niet meer hebben gerepeteerd zal ook wel een beetje vastzitten.

De eerste echte repetitie zal duidelijkheid brengen. “Dan starten we met een vast nummer”, verwacht de voorzitter, “en daarna aan de bak voor een nieuw nummer. We verwachten van de niet-zoom-deelnemers vervolgens wel een extra inspanning om weer bij te komen.” Echt eisen dat leden het nodige huiswerk doen is er niet bij. “We zijn toch vooral een gezelligheidskoor. We gebruiken wel lessen om verder te komen en we verwachten ook dat ieder lid dat redt. Ook van nieuwe leden verwachten we een extra inspanning.” 

Opkomst en terugval

In september 2019 meldden zich relatief veel nieuwe leden en er kwam een nieuwe dirigent. Daarmee begon het koor na de eerste lockdown net weer een beetje op gang te komen. Bij het 20-jarig bestaan trad het koor op voor Máxima en werd het Leidsche Rijnlied geïntroduceerd. Dat gaf een flinke spin-off met 25 tot 30 nieuwe aanmeldingen. “Net toen we een beetje naar elkaar toe waren gegroeid begon de lockdown.” Na een eerste periode met Zoom, een zomerborrel en een nieuwe start, kwam de volgende lockdown. Van de 45 tot 60 leden ging een deel door met Zoom, maar dat aantal nam steeds verder af. De voorzitter eufemistisch: “Er ging tijdens Corona ‘best wel een aantal’ on hold. We hebben de afhakers aangeboden hun contributie stop te zetten, omdat we alleen nog de dirigent betaalden. Die betaalden we bewust door, omdat ze zelfstandige is.” Toch jammer dat Zoom niet zo aansloeg, vindt Hogenbirk. “Door Zoom word je heel erg met jezelf geconfronteerd. De dirigent krijgt bovendien een goed beeld van hoe de stemmen in elkaar zitten, waardoor je bijna een soort van privéles krijgt.”

Wij zijn een sociaal koor

Het LRK heeft geanticipeerd op leden die door Corona moeite hadden om het hoofd boven water te houden. “We zijn een sociaal koor, dus voorop staat om iedereen erbij te houden.” Het bestuur houdt contact met de leden en voor zieken is extra aandacht. Rond de Kerst kregen alle leden een klein presentje en de voorzitter ging op de fiets bij alle leden langs, om eens te zien hoe het met iedereen ging.

Optreden in de tuin

In de kerstperiode treedt het Leidsche Rijnkoor meestal op in verzorgingstehuizen. Vanwege Corona trad het in plaats daarvan afgelopen zomer drie keer op in de tuin van tehuizen, “met de ouderen vaak binnen en wij netjes op 1,5 meter van elkaar.” “Zo’n optreden is altijd leuk en het is mooi om te zien hoe bejaarden langzaam loskomen en mee gaan zingen. Bovendien doen we die optredens sowieso vanwege de subsidie van de gemeente. Die optredens geven we gratis, met wel een vergoeding voor de dirigent.”

Ieder jaar diverse optredens

Een keer per twee jaar organiseert het Leidsche Rijnkoor een kerst-optreden voor eigen publiek en genodigden. Veel meer bezoekers kan ook niet, omdat de repetitieruimte waar dit wordt gehouden – Azotod in De Meern – maximaal 100 man aankan. Zo’n drie keer per jaar doet het koor ook mee aan festivals en dergelijke. Bij een optreden probeert het koor daar vaak een thema in aan te houden, bijvoorbeeld over verbondenheid.

Ledenstop op 40

Met subsidie en de eigen contributie komt het koor financieel goed rond. “We willen niet groter worden dan 40 leden. Je hebt professionele koren die makkelijk groter kunnen groeien, maar wij zitten meer op de sociale lijn: wij waarderen mensen en nieuwe leden nemen we aan de hand mee. Pas na een tijdje gaan we ervan uit dat ze zichzelf wel redden.”

Ieder pakt zijn rol

“In ons bestuur van vijf personen pakt ieder automatisch zijn rol. In een vrijwilligersorganisatie als de onze is ook nodig dat ieder zijn aandeel neemt.” Een van de dames verzorgt bijvoorbeeld de website, een ander houdt zich bezig met optredens; het loopt allemaal heel goed en makkelijk. De voorzitter lachend: “Ik prijs ze ook altijd de hemel in.” In de muziekcommissie zorgt een persoon voor ieders bladmuziek, terwijl die toch niet in het bestuur zit. Het bestuurslid dat zich bezighoudt met optredens, zette zich ook in voor deelname aan Serenade; een initiatief van KBZON waarmee koren werden uitgenodigd om mensen in hun omgeving een hart onder de riem te steken met een zelfgemaakte videoclip. 

Vrolijke meezinger voor Serenade

Door Corona had voorzitter Hogenbirk wel te doen met de dirigent. “Ze was echt bezig als een lerares, om iedereen achter zijn eigen scherm te stimuleren en enthousiast te houden. Zij was ook degene die opperde om een speciaal liedje te maken en daarmee deel te nemen aan Serenade. Op de melodie van op-la-die, op-la-da van The Beatles zou zij van ingezonden teksten over Corona een complete tekst maken. Ieder lid bracht wat zinnen in en zij maakte er een geheel van. Het werd een vrolijke meezinger: Virus hier, virus daar, wat een raar jaar….’

Op die manier was al eerder ook het Leidsche Rijnlied gecomponeerd. “De eerste keer dat we dat live zongen bracht echt wel emoties met zich mee. Ik woon er nu 22 jaar. Toen waren het een paar straten en nu gaan we op naar de 30.000 inwoners. Daar gaat dit lied over. Je gaat je omgeving waarderen en op een gegeven moment ben je ongemerkt ambassadeur van Leidsche Rijn geworden.” 

Allemaal Leidsche Rijnleden

Het Leidsche Rijnkoor is begonnen op een lagere school waar een paar mensen elkaar spraken over het oprichten van een koor. Ze vroegen subsidie aan, er werd een dirigent gezocht en beginnen maar. Nog altijd bestaat het koor uit alleen maar bewoners van Leidsche Rijn, op één na, die ‘net over de brug’ woont. 

Hogenbirk werd zo’n vijf jaar geleden voorzitter en ze doet het met plezier. “Omdat het belangrijk is dat zo’n club goed draait, met bovendien leden die hun rol allemaal goed oppakken. Het is leuk om daarin een aanspreekpunt te zijn en in de groep ook een positie te hebben.” “Eventueel kan de voorzitter invloed uitoefenen en ideeën inbrengen. Dat geeft je net wat meer betrokkenheid.” Wel geeft het haar een gemengd gevoel om vorm te geven aan het koor. Zoals bij het Zoomen: “het bestuur ‘zoomde’ nog, plus een aantal betrokken leden, maar dat was het dan ook.” “Meestal hebben we in november een dag met een externe deskundige, waarmee we wat verdiepend repeteren. Dat trekken we dit jaar naar voren, voor een echt frisse start.”